Bien, een millennial in Mokum

 

Een serie over de jonge stedeling en de oververhitte stad

Journalist Bien Borren is een kind van de stad Amsterdam. Van een gastenlijstje tot een kamer, alles kwam haar altijd makkelijk toe. Maar wat als ze ooit een huis wil kopen? In deze serie zoekt ze in haar eigen vriendenkring naar de ervaringen van een generatie getergde huizenzoekers.

Als geboren en getogen Amsterdamse wist ik – sinds ik de deur van mijn ouderlijk huis achter me dichttrok – altijd wel aan huisjes en kamers in de hoofdstad te komen. En dat waren vaak niet de minste. Zo bewoonde ik lange tijd een ruime benedenwoning met een tuin die voor Amsterdamse begrippen gigantisch was en heb ik tegenwoordig mijn bed in de nok van een lieflijk, monumentaal pand in De Pijp staan.

Ik ken de gruwelverhalen van kamertjes van 5 vierkante meter waar men maandelijks de hoofdprijs voor moet neerleggen. Ruimtes met weinig daglicht, muizenplagen en huisbazen zonder genade. Maar mijn eigen ervaringen als huurder in Amsterdam zijn doorspekt met fijne plekken en weinig zorgen. Vriendelijke verhuurders, (enigszins) schappelijke prijzen, lieve huisgenoten – dat soort werk.

Hoe kan het ook anders? Dit is mijn stad, hier voel ik me senang. Ik ken de straten en de mensen en via-via heb ik altijd een dak boven mijn hoofd gevonden. Het voelt alsof deze stad mij alles gunt en ik haar. Wij zijn als kameraden, ons bondgenootschap gaat diep.

Bien, een millennial in Mokum



Behalve als het aankomt op een vaste stek. Een eigen huis, een plek onder de zon. Hoofdstedelijke bakstenen, vastgoed, een domicilie, pandje of een kot: aan mij is een koophuis voorlopig niet besteed. Ik waag me overigens helemaal (nog) niet aan de uitdaging die het kopen van een huis heet. Vrienden en hun gefaalde pogingen te over. Ik ken de jammerkreten na de zoveelste overbieding, de haren die bij de dertigste bezichtiging langzaam uit het hoofd worden getrokken. Het zijn weliswaar nog niet mijn eigen haren, maar het baart me wel zorgen. En ik weet dat het niet alleen voor Amsterdam geldt: ook in Haarlem, Utrecht en Rotterdam is een huisje kopen geen sinecure.

Ik ken de gruwelverhalen van kamertjes van 5 vierkante meter waar men maandelijks de hoofdprijs voor moet neerleggen

Droom


Of ik in mijn leven ooit een huis kan kopen in de stad die ik met zoveel overgave liefheb, ik vraag het me af. Ik koester de droom mezelf ooit huiseigenaar te noemen, en dan wel van een stekkie in Amsterdam. In de toekomst hoop ik muren, raamkozijnen, verwarmingsbuizen, badkamertegels en keukenkastdeurtjes te bezitten. Ik wil wanden kunnen neerhalen zonder daarvoor toestemming te vragen, planken ophangen als ík daar behoefte aan heb.

Ook als de wc niet meer doortrekt en het dak lekt, wil ik mijn verantwoordelijkheden nemen en het euvel oplossen. Ik zal leren hoe een cv-ketel werkt en de voordelen van de hypotheekrenteaftrek. Nog zo’n pluspunt: niet elke maand mijn geld zien verdwijnen in de zakken van mijn huisbaas, maar weten dat het zich nuttig maakt in de stenen van mijn onderkomen.

Ik werk als freelance journalist en heb genoeg werk, kan meer dan prima rondkomen van mijn verdiensten en heb zowaar flink kunnen sparen. Maar een hypotheek waarmee ik tegen de speculanten met diepe zakken kan opboksen, kan ik op mijn buik schrijven. Geen bank die me het geld zal willen lenen. Bovendien heb ik besloten na de zomer weer te gaan studeren. Mijn huiseigenaardromen staan diepgevroren ergens achteraan in de ijskast.

Mijn huiseigenaardromen staan diepgevroren ergens achteraan in
de ijskast

Gesneuvelde harten

Maar de schaduwkanten van de oververhitte huizenmarkt gaan me aan, zeker omdat ik zoveel gesneuvelde harten van vrienden heb gezien. Waar liepen zij tegenaan, waarom wil het niet lukken en welke opties blijven er over? En zijn er nog gouden tips die de lijdensweg enigszins kunnen verlichten? Of wordt het alleen maar erger?

In de volgende aflevering mag ik de kortstondige aanwezigheid van goede vriend Joep op de woningmarkt uit de doeken doen. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Ik mag weer opdraven als schlemiel, begrijp ik.’

Meer binnen dit onderwerp