Verhuizen van de stad naar een dorp

 

Met jouw feedback help je mee funda te verbeteren, meehelpen kost een minuutje. Geef je feedback.

 

‘De muren kwamen op me af, de knop ging om’

De reuring van de stad of de ruimte en rust van een dorp: veel gezinnen komen vroeg of laat voor dat dilemma te staan. Zo ook columnist Annemiek Verbeek. Na dochter nummer 3, en een gebrek aan vierkante meters, moest ze kiezen tussen haar geliefde stad en een lommerrijk kustdorp.

Wij zouden nooit de stad verlaten. Never ever. Beiden geboren en getogen op de Mokumse grond – en ondanks de haat-liefdeverhouding die we net als sommige andere Amsterdammers met de stad hebben, overheerste het hier-horen-we-thuisgevoel. Die opvatting hielden we vrij lang vol, ook toen we kinderen kregen. Al dat culturele aanbod, de diversiteit aan mensen, de gekte, het vertier. ‘Het is juist te gek om hier op te groeien’, zeiden we telkens tegen elkaar. Door de jaren heen zwaaiden we steeds meer vrienden uit. Naar het Gooi. Naar Haarlem. Dááhaaag. Wij blijven.

Keiharde scheefhuurders

Maar met de komst van dochter nummer 3 begon die 80 vierkante meter in het centrum toch te schuren. Meerdere malen vroegen we de woningbouwcorporatie – we waren ondertussen al een aantal jaren keiharde scheefhuurders – of we onze sociale huurwoning konden kopen. Nog stijf van de post-bevallingshormonen nam ik een aankoopmakelaar in de arm. In huis kwamen de muren op me af en tijdens lange wandelingen met mijn nieuwe baby in de draagdoek werd ik gék van de herrie, de viezigheid en de botheid van veel buurtgenoten. We moesten weg hier. De hypotheekrente stond historisch laag; nu was de tijd.

Een afspraak met een hypotheekadviseur stond bovenaan de lijst, zeker omdat ik als zzp’er wellicht lastiger een lening kon krijgen. Dat viel gelukkig mee, maar in de stad liepen we desalniettemin toch al snel tegen de grenzen van ons hypotheekbudget aan. Dat je voor 3 ton amper aanbod hebt in de categorie gezinshuis-met-4-slaapkamers én tuin is natuurlijk een gotspe, maar zo is het. Ja, in de verre buitenwijken was nog keuze zat, maar om verschillende redenen vonden we dat geen aantrekkelijk perspectief.

Leven in een lagere versnelling

Tot we op funda op een huis in een dorp aan de kust stuitten. Zoveel vierkante meters voor dát geld?! Nog geen week later hadden we 3 huizen in datzelfde dorp bekeken. 's Avonds zaten we naast elkaar op de bank. Wijntje erbij. Gaan we dit echt serieus doen? Wij, stadser dan stads, naar een dorp dat net aan 40.000 zielen telt? Als we onze ogen sloten en probeerden een plaatje in ons hoofd te schetsen van ons ideale gezinsleven, hoe zag dat er dan uit? Dan zagen we onze nu 8 en 6-jarige dochters uren en uren zonder toezicht buiten spelen, onze dreumes met de voetjes in het strandzand op tien minuten fietsen van ons huis. Het leven in een lagere versnelling, meer bewegingsvrijheid voor de kinderen, de natuur om de hoek, frisse lucht die je longen vult als je door de voordeur stapt.

Is er nog wel gekte te vinden, hier?

De knop ging om. Niet van het ene op het andere moment, maar toch. We spraken met mensen die de stap al eerder maakten. We bezochten scholen nog voordat er sprake was van een koopcontract. We gingen lopen, wandelen, rijden in de omgeving – niet alleen op mooie dagen, maar juist ook op druilerige miezermiddagen. Al die momenten dat het magische licht in het Noord-Hollandse duingebied me tot tranen toe ontroerde, dat de meiden hun vlieger oplieten, dat we koffiedronken aan het strand, dacht ik: dit kan mijn huis worden. Wonen op vakantie, ha! Als ik door de buurten liep, was er natuurlijk ook twijfel. Dezelfde brave voortuintjes en huiskamers. Is hier wel de gekte te vinden die het leven sjeu geeft?

Drie maanden wonen we nu in ons huis bij de kust. Wittebroodsweken nog. Ik voel me een verliefde puber die de nadelen van zijn nieuwe relatie nog niet wil zien. Leuke buren, een geweldige school, vriendelijk personeel in de supermarkt, automobilisten die stoppen voor een zebrapad. Om de haverklap staan er nieuwe vriendinnetjes op de stoep. Onze wortels schieten pijlsnel de poldergrond in. Dit voelt als thuis.

Annemiek Verbeek (1977) is nieuwbakken dorpsbewoner. Met haar man, drie dochters en twee poezen verruilde ze de stad voor het dorp. Nu loopt ze dus buiten voor haar plezier. In duinen en op het strand. Als er tijd over is schrijft ze stukken voor kranten en tijdschriften. En voor funda dus.

Meer binnen dit onderwerp